Het Kind

Het Kind2018-09-03T14:59:40+00:00

Schoolgids 2018-2019

5. Het Kind

De ontwikkeling van het kind

a. Sociaal-emotionele ontwikkeling
In de sociaal-emotionele ontwikkeling richten we ons op twee aspecten:

1. Het leren omgaan met eigen gevoelens, emoties en met die van anderen. Kinderen moeten zich veilig voelen, vertrouwen hebben in de leerkrachten, in elkaar en in zichzelf. De school draagt hieraan bij door o.a.:

    • Prettig ingerichte lokalen die een jaar lang de “eigen plek” van de groep vormen.
    • Aandacht voor persoonlijke problemen en vreugde van kinderen.
    • Om leren gaan met sociale druk.
    • Organiseren van feesten en (buitenschoolse) activiteiten waarbij kinderen ook groepsdoorbrekend met elkaar optrekken

2. Het aanleren van een aantal sociale vaardigheden als:

  • Omgang met anderen, interesse krijgen voor anderen.
  • Leren samenwerken en samen spelen.
  • Zich richten op anderen.
  • Hulpvaardig zijn.
  • Hanteren van omgangsvormen.
  • Gesprekken voeren (gespreksregels).
  • Omgang met materialen:
    • Leren maken van keuzes
    • Zorg dragen voor materiaal en omgeving
    • Delen van materialen met anderen.
  • Naleven van gestelde regels:
    • Regels binnen de klas.
    • Gedragsregels binnen de school.
    • Normen en waarden.

Om deze ontwikkeling te ondersteunen maken we gebruik van de Kanjer methode. Niet alleen op school maar ook in voor-, tussen- en naschoolse tijd. Hiertoe zijn alle leerkrachten, pedagogisch medewerkers, onderwijs ondersteunende functionarissen en lunchkrachten geschoold. Hierdoor leren de kinderen op een speelse en veilige manier hoe je prettig met elkaar om kunt gaan en wat ze zelf prettig vinden. Aan deze methode is ook een leerlingvolgsysteem voor de sociaal- emotionele ontwikkeling gekoppeld. De leerkrachten vullen dit jaarlijks in voor hun eigen groep, de leerlingen uit de groepen 5/6/7/8 vullen dit ook zelf in. Naast deze methodische aanpak komen deze aspecten natuurlijk regelmatig aan bod in de klas. Mocht er gepest worden op school, dan volgen wij ook het pestprotocol van Kanjer.

b. Cognitieve ontwikkeling
Het kind moet kunnen komen tot het verwerven en toepassen van kennis en vaardigheden. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de ervaringen van de kinderen en wordt er gebruik gemaakt van zeer bewust gekozen methoden.
Feitenkennis staat niet voorop, het kunnen toepassen van onderdelen in het eigen bestaan geeft het kind meer mogelijkheden.

c. Zintuiglijke ontwikkeling
De kinderen moeten bewust gemaakt worden van hun (on)mogelijkheden op lichamelijk en zintuiglijk gebied. Dit vindt plaats via spel, beweging en het omgaan met ontwikkelingsmateriaal.

d. Ontwikkeling van de creativiteit
Het is van belang dat kinderen zich kunnen uiten op verschillende manieren. Zij moeten ook in staat zijn zelf problemen op te lossen. De ontwikkeling van de creativiteit wordt bevorderd door middel van de beeldende vakken (handvaardigheid, tekenen, muziek, drama), maar ook op andere manieren bijv. door rekenopdrachten, klassengesprekken, taalbeschouwing en het oplossen van onderzoeksvragen bij DaVinci.

e. Ontwikkeling van normen en waarden
De school maakt deel uit van de maatschappij en in die maatschappij gelden normen en waarden, waarvoor in het gezin al een belangrijke basis is gelegd. Als school ondersteunen wij dat en nemen dit mee in de totale ontwikkeling van het kind. Een goede samenwerking (soms afstemming) tussen school en ouders is hierbij van groot belang.

Leerlingenzorg

a. Kwaliteitszorg
Het begrip kwaliteitszorg omvat vele onderdelen. Zo valt daaronder:

De totale leerlingenzorg: de totale leerlingenzorg met alle hulp- en ondersteuningsmogelijkheden bij leer- en gedragsmoeilijkheden, zie hieronder.

Toets- en meetinstrumenten:

  • CITO leerlingvolgsysteem, groep 2 t/m 8
  • Methode gebonden toetsen, groep 3 t/m 8
  • Onderbouwd observatiesysteem, groep 1 & 2
  • KANVAS sociaal-emotionele observatielijst, groep 1 t/m 8
  • CITO entreetoets, groep 7 geeft inzicht waar de leerlingen staan aan het einde van groep 7
  • CITO eindtoets, groep 8

De reden voor dit uitgebreide pakket aan toetsen is de doorlopende behoefte om de opbrengsten van ons onderwijs in beeld te hebben en waar nodig ons onderwijs aan te passen.

Enquêtes: Voor de enquêtes, te weten ouder-, leerling- en leerkrachtenquête, worden de respectievelijke groepen een maal per 3 jaar gevraagd deze in te vullen. De uitslagen worden in teamvergaderingen en MR-vergaderingen besproken. Uit de uitslag kunnen actiepunten gehaald worden die worden opgenomen in de werkonderdelen van het schoolplan. De uitslag wordt gecommuniceerd naar de ouders. Een ouderavond naar aanleiding van bepaalde uitkomsten behoort tot de mogelijkheden.
Een belangrijk onderdeel van deze enquêtes is de paragraaf welbevinden van alle groeperingen binnen onze school.

Een paar maal per jaar voert de directie “rond-de-tafel gesprekken” met de klassenvertegenwoordigers = leerlingenraad.
Ouders uit de MR voeren deze gesprekken met ouders.
En de Directie plant een aantal koffiemomenten met ouders in, om schoolitems met ouders te kunnen bespreken/voorleggen/in-put te krijgen en vragen te beantwoorden.
Zo zijn we steeds in gesprek om te peilen wat er leeft binnen de school en of dat om aanpassingen vraagt.

Inspectie van onderwijs:  Jaarlijkse worden de resultaten en stukken van de school door de rijksinspectie bekeken. Eens in de zoveel tijd wordt de school ook bezocht. De Kindercampus King is in februari 2015 bezocht. Uit de gesprekken die dan gevoerd worden kunnen ook weer actie punten voor de school voort komen.

b. De leerling in de groep
De groepsleerkracht is in eerste instantie verantwoordelijk voor het volgen van de ontwikkeling van het individuele kind. Dat wordt gedaan door middel van observatie, gesprekken, toetsing, correctie, evaluatie en registratie.
Door observaties wordt het gedrag van het kind zo objectief mogelijk bekeken. Hierbij kan het gaan om sociaal-emotionele aspecten, motorisch functioneren, maar ook om bijvoorbeeld de werkhouding van een kind. Het belonen van gewenst gedrag en bespreken, negeren en soms bestraffen van ongewenst gedrag is een veel gebruikte methode om correcties aan te brengen.

In de klas wordt gewerkt met bewust gekozen methoden met daarin vaste toetsmomenten. Het schriftelijke werk van de leerlingen wordt bekeken en besproken met de leerling(en) door de leerkracht.
Aan de hand van de resultaten wordt per kind bepaald of extra oefenstof en herhaalde instructie noodzakelijk is, of dat het kind verrijkingsstof (“moeilijker” werk) krijgt aangeboden.
De leerkrachten voeren hierover ook handelingsgerichte gesprekken met de leerling om van het kind te horen welke hulp hij/zij zelf denkt nodig te hebben, waar het kind de moeilijkheden ervaart en waar hij/zij baat bij heeft.

Vooral bij het jonge kind is de aandacht voor de zintuiglijke ontwikkeling groot. Naast observatie is hierbij het contact met de ouders van groot belang. Zij kunnen belangrijke informatie geven of advies vragen aan bijvoorbeeld huisarts of specialist.
Alle gegevens verkregen uit observaties en toetsing worden geregistreerd in het digitale leerling-dossier van ParnasSys. In het dossier zijn gegevens verzameld over leervorderingen, werkhouding, sociaal gedrag, gesprekken met ouders, Cito-scores en onderzoeksresultaten.
Ouders kunnen ten alle tijden een afspraak maken om met de leerkracht over de ontwikkeling van het kind te spreken.

c. Het Cito-leerlingvolgsysteem
De leerresultaten van de leerling worden gevolgd door middel van het CITO- leerlingvolgsysteem. Dit bestaat uit methode-onafhankelijke toetsen die landelijk genormeerd zijn. Hierdoor kunnen de resultaten van de leerling vergeleken worden met die van leeftijdsgenoten in Nederland. De toetsen worden ieder jaar in de maanden januari/februari en mei/juni groepsgewijs afgenomen en omvatten de vakgebieden begrijpend lezen, spellen, taal, woordenschat, rekenen, luisteren en studievaardigheden. De gegevens van de toetsen worden centraal verwerkt in het digitale programma van ParnasSys waar groepsoverzichten en een individueel profiel te vinden zijn. De gegevens van een kind zijn over meerdere jaren weer te geven, zodat ook de ontwikkeling op langere termijn zichtbaar gemaakt kan worden. Van deze gegevens wordt onder andere gebruik gemaakt voor het vaststellen van het advies voor het voortgezet onderwijs. De uitslagen van de Cito-toetsen worden op een bijlage bij het rapport vermeld en zijn in te zien via ouderportaal.

d. Leer- en/of gedragsproblemen
Als in het leer- en/of ontwikkelingsproces van een kind problemen optreden, zal in eerste instantie de groepsleerkracht met alle hem of haar ter dienst staande middelen proberen de problemen op te lossen. Als dit niet het gewenste resultaat oplevert, treedt de volgende standaardprocedure in werking:

  • nader intern overleg (intern begeleider, collega’s).
  • bespreking met de ouders.
  • nadere toetsing/observatie/onderzoek (intern begeleider).
  • opstellen handelingsplan.
  • uitvoeren handelingsplan (in de klas/met de onderwijsassistent/thuis).
  • evaluatie (leerkracht + intern begeleider).
  • leerling is weer bij het niveau van de groep of er wordt nog een vervolghandeling plan opgesteld / nader onderzoek is nodig (evt. door specialisten van AmstelWijs of de Onderwijs Adviesdienst).
  • ouders worden op de hoogte gebracht, vanaf het moment dat een leerling extra zorg behoeft.

De inhoud van het handelingsplan is uiteraard afhankelijk van de aard van het probleem en kan bestaan uit het aanbieden van extra instructie en speciale leerstof, hulp buiten de klas door de onderwijsassistent, huiswerk, beloningssysteem, gebruik van specifiek materiaal, gesprekken, extra oefening op de computer, etc.

Als mocht blijken dat het bovenstaande toch niet het gewenste effect heeft dan wordt, met toestemming van de ouders, hulp buiten de school gezocht. Dat kan deskundigheid zijn van de schoolarts, scholen voor speciaal onderwijs (De Schakel, De Wending of bijvoorbeeld een school voor spraak-taalstoornissen), IWAL (dyslexie) of de onderwijsadviesdienst (OA) wordt ingeschakeld. Zonder toestemming van de ouders kan en mag de school in deze geen actie ondernemen.
De hele procedure is er op gericht het kind de passende ondersteuning binnen onze school te bieden.
Rond een kind kan een OT (=overleg team) georganiseerd worden. Dit is een overleg met alle betrokkenen (ouders, IB-er, leerkracht evt. andere betrokken hulpverleners en hierbij sluit ook de Onderwijs specialist van Amstelronde aan). Er kan dan besproken worden welke ondersteuning nodig is en hoe dat te regelen is. In sommige gevallen is het verwijzen naar een vorm van speciaal onderwijs in het belang van het kind aan te bevelen. Ook dit laatste kan alleen met toestemming van de ouders.
Uiteraard heeft het onthouden van toestemming door de ouders wel gevolgen voor de handelingsmogelijkheden van de school. Wij vragen immers onderzoeken of verwijzingen altijd aan in het belang van het kind omdat het onderwijs aan het kind meer blijkt nodig te hebben en wij daar als school dan ook hulp bij nodig hebben om vast te stellen wat precies de onderwijsbehoeften van uw kind zijn. Het niet instemmen van ouders kan dan ook handelingsverlegenheid bij de school teweeg brengen.

e. Meerpresteerders
Naast de kinderen die extra hulp nodig hebben om het reguliere programma te kunnen volgen zijn er uiteraard ook de leerlingen die meer aan kunnen dan het reguliere programma. De meeste methodes bieden al verwerking op 3 niveaus aan. Daarnaast hebben wij voor deze kinderen in alle klassen extra materiaal dat wat dieper op de stof ingaat, iets ingewikkelder is, meer inzicht vereist of andere stof behandelt. Onze wereldoriëntatie methode DaVinci biedt bij uitstek ook mogelijkheden dieper op onderzoek te gaan en hogere eisen aan kinderen te stellen.
Op grond van verschillende aspecten, o.a. de werkhouding, de interesse, de uitingen van het kind en de CITO resultaten wordt besloten of een kind hiervoor in aanmerking komt. In dat geval blijft het kind met de stof van de groep meedoen, maar is sneller met de verwerking klaar of doet een kleiner deel van de verwerking waardoor er tijd is om ook aan het eigen werk te gaan. Dit is niet vrijblijvend, maar wordt ook gevolgd, begeleid, gestimuleerd en beoordeeld door de leerkracht. Door onze werkwijze met het GIP model en de weektaak krijgen deze kinderen ook hun eigen tijd aan de instructietafel om de stof waarin zij werken met de leerkracht te bespreken en vinden zij in hun weektaak ook het voor hen passende werk.
Binnen onze stichting Amstelwijs is er bovendien een Plusklas voor hoogbegaafde kinderen uit de groepen 5 t/m 8. Om hiervoor in aanmerking te komen moet een kind aan een aantal criteria voldoen, o.a. moet uit de test gebleken zijn dat het kind een hoger IQ heeft dan 130, moet de school handelingsverlegen zijn en het kind moet “lijden”, d.w.z. er zelf duidelijk last van ondervinden. In dat geval kan het kind 1 dag per week naar de Plusklas gaan in plaats van de eigen school.

f. Onderwijs aan zieke kinderen
Ziekte kan ook stagnatie in het leerproces tot gevolg hebben. We praten hier over leerlingen die langere tijd ziek zijn. Het betreft ook leerlingen die chronisch ziek zijn, zoals leerlingen met reuma, kanker, astma etc. Deze leerlingen kunnen door herhaalde afwezigheid het onderwijs niet regelmatig volgen. De school zal met de ouders overleggen over de te bieden hulp. In overleg kan besloten worden de hulp van de consulent zieke kinderen van de onderwijsadviesdienst in te roepen. Deze kan ondersteuning geven aan het team, de leerkracht, de leerling en de ouders.
Ook kan het noodzakelijk zijn om thuis onderwijs te laten geven door iemand van het huisonderwijs aan zieke leerlingen. Daarvoor is een medische indicatie nodig. Alle aanvragen worden aan de schoolarts (G.G.& G.D.) voorgelegd. Deze zal bepalen of huisonderwijs in het belang van de leerling is.

g. Logopedie
Vanuit de OnderwijsAdviesdienst wordt jaarlijks een screening ingezet voor kleuters. Opvallende logopedische zaken worden dan met leerkracht en ouder besproken. Kinderen worden, indien nodig, doorverwezen naar een particuliere logopedist(e).

Leerlingenverloop

a. Instroom
De instroom van nieuwe leerlingen bestaat voornamelijk uit kinderen die 4 jaar worden. Voorafgaand aan de plaatsing vindt een rondleiding en kennismaking plaats (aanmelden via digitaal formulier op de website). De aanmelding voor school vindt plaats door het inleveren van een ondertekend aanmeldformulier. Als uw kind 3,5 jaar oud is volgt nog een vragenformulier. U heeft dan meer zicht op wat uw kind nodig zal gaan hebben. De school neemt contact op met het kdv /hdo dat door uw kind bezocht is en met u, waar gewenst.
Vervolgens wordt overgegaan tot plaatsing als onze school volgens het Amstelveense plaatsingsbeleid en de onderwijsbehoefte van uw kind de juiste plek is. U ontvangt hiervan een bevestiging.
De groepsleerkracht neemt ongeveer 6 weken voor uw kind 4 jaar wordt, contact op met de ouders. Dan worden de ouders uitgenodigd een keer na schooltijd met hun kind te komen kennismaken met de juf. Op dat moment kunt u de juf wat over uw kind vertellen en krijgt u voorlichting over het reilen en zeilen in de klas.Vervolgens worden zo’n 5 wenafspraken (ochtend meedraaien) gemaakt in de weken voor de 4e verjaardag.

Zij-instroom van oudere leerlingen komt ook voor, meestal door verhuizing of door het veranderen van basisschool binnen Amstelveen. Uitgebreid contact met de andere basisschool behoort tot de standaardprocedure, eventueel kan de aanmelding eerst besproken worden in de teamvergadering.

b. Passend onderwijs
Per 1 augustus 2014 is Passend Onderwijs in werking getreden. Ons bestuur valt onder het samenwerkingsverband Amstelronde. Ons SchoolOndersteuningsProfiel is ook op de website te lezen.
Voor een leerling ingeschreven zal worden, moet in goed en eerlijk overleg met de ouders gekeken worden naar:

  • Komt de leerling uit de directe woonomgeving van de school.
  • Kan de school voldoen aan de specifieke eisen die aan de opname van de leerling worden gesteld, bijv. gebouwtechnisch, maar ook onderwijsinhoudelijk, groepsgrootte, specifieke kennis, etc.
  • Wat zijn de gevolgen voor team en/of medeleerlingen.

Als deze vragen positief kunnen worden beantwoord, zal de school tot inschrijving overgaan. Eventueel behoort een proeftijd voor school en ouders tot de mogelijkheden.

c. Doorstroom
Doorstroom gebeurt in principe voor alle leerlingen. Het kan in sommige situaties verstandig zijn dat een leerling een groep doubleert. Aan die beslissing is dan uitgebreid overleg met ouders, leerkracht(en), intern begeleider en soms externe deskundigen voorafgegaan.

d. Uitstroom
Na acht jaar basisonderwijs stromen de leerlingen uit naar het voortgezet onderwijs. De resultaten van de leerlingen en het onderwijs (cognitief) op de Kindercampus King zijn af te meten aan de uitslag van de landelijke Cito-toetsen. Eind groep 7 wordt de entreetoets afgenomen en in april in groep 8 volgt de Eindtoets van Cito.
Naast het Cito-resultaat is voor toelating op een school voor voortgezet onderwijs het advies van de basisschool van groot belang.
Eind groep 7 worden alle ouders uitgenodigd door de leerkracht voor het prognose gesprek. In groep 8 volgt dan in januari/februari het adviesgesprek.
Uitstroom naar het speciaal onderwijs is gering. In procenten uitgedrukt ligt dat ruim onder het landelijke verwijzingspercentage.
Uitstroom door verhuizing vindt natuurlijk ook plaats. Bij vertrek naar een andere basisschool wordt het digitaal leerlingdossier uit ParnasSys zo aan de volgende school aangeboden zodat de gegevens van de leerling daar meteen ook digitaal in beeld zijn. Dit zijn uitsluitend de toetsgegevens. Verslagen van gesprekken gaan niet mee.

De schoolgemiddelden van de Cito-toetsen van de laatste 3 jaar zijn :
2016                           534,7
2017                           538,3
2018                          535,8

op een hoogst haalbare score van 550. Deze scores liggen boven het landelijke gemiddelde. 
Wij geven passend onderwijs, d.w.z. dat kinderen kunnen groeien op hun eigen niveau. Een gemiddelde van de CITO toets laat niet de groei van de verschillende individuele kinderen zien. Daarmee is dus niet inzichtelijk welk leerrendement kinderen op school hebben behaald. Als school is dat uiteraard waar wij ons op richten.